Naar wekelijkse gewoonte ging ik vandaag vers brood en wat kaas halen op de markt.
Het brood is hier spotgoedkoop en bijzonder lekker. Ik verkies het volkerenrogge brood dat heel toepasselijk ‘hoofdstedelijk’ heet. Daarnaast lust ik ook de soort ‘Borodinskij’. Deze heeft een heel specifieke smaak en is heel donker van kleur door het roggemeel. Daarbij is het doorgaans veel vochtiger dan de andere soorten.
Dus, met een ‘Borodinskij’ in mijn hand liep ik naar het kaaswinkeltje, mijn volgende stop. Op de toonbank waar normaal tientallen soorten kazen uitgestald staan, was vandaag niets te zien. Raar. Dan maar naar het volgende winkeltje. Zut. Daar was ook niets te bespeuren, alleen wat voorverpakte smeerkazen en worsten. Dan maar terug naar het eerste winkeltje.
“Waar zijn al uw kazen naartoe, mevrouw?”, vroeg ik de verkoopster.
“Vandaag geen kazen”, antwoordde ze met een klein stemmetje.
En toen viel mijn frank. Waarschijnlijk was het vandaag een of andere controle. Verse producten waarvoor men geen verkoopsvergunning had moesten weg. Dus ook alle kazen.
En natuurlijk vond ik dit grappig. Zoiets zou bij ons niet kunnen: op alle winkeltjes staat immers “syr” (kaas) geschreven. En dus verwacht je ook kaas.
Voor ik de winkel verliet, vroeg ik de verkoopster nog: “Controle?”. Ze glimlachte lief terug. “En morgen, is er dan weer kaas?”, vroeg ik. En de verkoopster knikte zachtjes alsof ik iets verklapt had.
Daarbij is me nog iets opgevallen. Normaal word ik in deze winkel door 3 verkoopsters tegelijk bediend. De eerste vraagt wat ik wens, geeft dat door aan verkoopster 2, die mijn bestelling doorgeeft aan verkoopster 3. Deze laatste vraagt meestal hoeveel gr. ik wens. Daarna vraagt verkoopster 2 of ik nog iets anders wens. “Dat zal het zijn”. Ik reken af bij verkoopster 1 en ontvang mijn stukje kaas van verkoopster 2.
En dit alles in een winkeltje dat hoogstens een aantal m² groot is.

dit ruikt naar russisch gesjoemel..